Inhoud van het onderwijs
Zelfredzaamheid
Doel: De
zelfredzaamheid en de zelfstandigheid van het kind vergroten,
bijvoorbeeld zelfstandig leren aan- en uitkleden.
Cognitieve ontwikkeling
Doel: De zintuiglijke en spraak / taalontwikkeling stimuleren en
ontwikkelen van basisvaardigheden als lezen, taal, rekenen,
schrijven, spelling en wereldoriëntatie.
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Doel: De emotionele ontwikkeling, de omgangsvormen, de sociale
ontwikkeling en sociale vaardigheden, de motivatie en de
werkhouding stimuleren en te ontwikkelen.
Creatieve ontwikkeling
Doel: Het prikkelen van de fantasie en het ontwikkelen van de
creativiteit op het gebied van spel, muziek, dans, kunstzinnige
oriëntatie en beeldende vorming.
Motorische ontwikkeling
Doel: Het stimuleren en ontwikkelen van de grove en fijne
motoriek tijdens schrijflessen, gymnastiek, zwemmen, buitenspelen
en de creatieve lessen.
Praktische vaardigheden
Doel: Het stimuleren en ontwikkelen van vaardigheden op het
gebied van huishoudelijke activiteiten, boodschappen doen,
klusjes, tuinwerkzaamheden en bediening van elektrische
apparatuur.
Aanvullende lesactiviteiten in het
VSO
Het onderwijs in het VSO wordt voortgezet vanuit
het niveau dat de leerlingen hebben bereikt in het SO.
De leerlingen werken aan de volgende vakgebieden:
-
Mondelinge taal
-
Schriftelijke taal
-
Lezen
-
Rekenen
-
Oriëntatie op ruimte
-
Oriëntatie op tijd
-
Natuur en techniek
-
Bewegingsonderwijs
-
Kunstzinnige oriëntatie en beeldende vorming.
-
Werken/stage
-
Wonen en vrije tijd
-
Sociale competentie
-
Sociaal en emotionele ontwikkeling
-
Leren leren
Het onderwijs wordt specifieker afgestemd op de naschoolse
periode van de individuele leerling, hierbij denken we voor al
aan Wonen, Werken en Vrije tijd, de doelstelling van het VSO. Bij
de ene leerling zal het accent meer liggen bij het ontwikkelen
van praktische vaardigheden, bij de andere leerling kan het
betekenen dat er juist nog veel aandacht is voor cognitieve
vaardigheden. Uiteraard wordt dit ook afgestemd met de ouders.
Deze afspraken kunt u terug vinden in het onderwijskundig
contract.
Stages
Wanneer
leerlingen 16/17 jaar zijn zal er voor hen een stage plaats
gezocht worden. Dit kan zowel een interne als een externe
stageplek zijn. Het is de bedoeling dat de
leerlingen in het begin op zo veel mogelijk verschillende
werkplekken werkervaring opdoen. In de daarop
volgende stage periode werkt een leerling langere tijd op
dezelfde werkplek en meestal ook meerdere dagdelen.
Aangeleerde vaardigheden, aanwezige interesses en
plaatsingsmogelijkheden bepalen uiteindelijk de werkplek.
Wij oriënteren ons daarbij zoveel mogelijk op de
woonomgeving van de leerling. Uiteraard wordt dit hele traject in
overleg met ouders/verzorgers en de leerling uitgevoerd.
De doelen van de stage
zijn:
-
Het vergemakkelijken van de overgang van school naar de
maatschappij.
-
Kennismaken met een gewenning van arbeid.
-
Laten wennen aan een (8-urige) werkdag.
-
Het leren verrichten van diverse werkzaamheden.
-
Het leren werkzaam te zijn in een wat minder
gestructureerde
omgeving, waar minder
begeleiding aanwezig is en men
zelfstandiger dient te
werken.
Leerlingen waarvan we verwachten dat ze later op een dagcentrum
gaan werken kunnen stage lopen op locaties van dagcentra zoals
“De Passerel”, "Schuylenburg" en "Philadelpia".
Het werken op een dagcetrum varieert van eenvoudig montage- en
inpakwerk tot werken in een supermarkt, restaurant,
kinderboerderij, kaarsenmakerij, textiel, houtbewerking en
drukkerij. Ook zijn er stage mogelijkheden bij woonzorgcentra,
kringloopcentra, binnen non-profitinstellingen of bij een
kunstgalerie.
Leerlingen waarvan wij verwachten dat ze in de sociale
werkvoorziening (Apeldoorn en Epe de Felua) of met begeleiding in
het vrije bedrijf kunnen werken kunnen eveneens stage lopen bij
een non-profitinstelling, op een dagcentrum en indien mogelijk
binnen het vrije bedrijf. Hierbij zal het accent meer op
bedrijfsmatige stages liggen.